Johann Heermann

(1585-1647)


Johann Heermann werd geboren in Silesia in Germany in 1585, als vijfde en enige overlevende kind van zijn ouders. Als kind was hij ernstig ziek en zijn moeder deed een gelofte dat als hij beter werd hij theologie zou studeren. Hij deed zijn opleiding en gaf les aan de universiteit maar was in1607 gedwongen te stoppen vanwege een ooginfectie. In 1611 werd hij hij diaken en later pastor van de Lutherse Kerk in de kleine stad Koeben nabij zijn geboorteplaats. De Dertigjarige Oorlog was toen gaande en Koeben werd platgebrand in 1616 en vier keer geplunderd tussen1629 en 1634, en getroffen door de pest in 1631. Heermann werd meerdere malen gedwongen om de plaats te ontvluchten, ontsnapte ternauwernood aan de dood en verloor al zijn bezittingen. In 1634 dwong een keelaandoening hem met preken te stoppen en hij trik zich terug in 1638 en stierf in 1647.

Gedurende de voorgaande eeuw, tijdens en na de Lutherse Reformatie, waren de meeste Lutherse gezangen "objectief" geweest: ze bevestigden de leer van het geloof maar toonden nooit een emotionele respons. Heermann's gezangen gaan meer in de richting van het uitdrukken van de emoties en gevoelens van de gelovige. Zijn bekendste gezang is misschien we Herzliebster Jesu, was hast du verbrochen, een lijdenskoraal dat door J.S.Bach in diens Mattheus Passion gebruikt werd. Het gaat uit van een Latijns vers ("Quid commisisti, dulcissime puer, ut sic judicareris?") dat wel aan Augustinus, maar ok wel aan Anselmus en Jean de Fecamp (d. 1078) toegeschreven wordt. De melodie van de hand van Johann Crueger, heeft enige overeenkomst met Psalm 23 uit het Geneefse Psalter. Vertaalde gezangen van de hand van Heerman in het Liedboek voor de kerken zijn: Gez 168 en Gez 181