NOEME WILLEM
VISSER Wie en Waarom

LITURGIE &CETERA Thema's
  Kerkelijk Jaar
Hoofddienst   Getijden   Devotie   Uitingsvormen  

Liturgie

LITURGIEK
Liturgiek TVG

Liturgiegeschiedenis

Joods

Vroeg Christelijk

Oosters Orthodox

Westers Katholiek

Protestants

HYMNOLOGIE

Geschiedenis van de Hymnodie

Oud Joodse Hymnodie
Vroeg Christelijke Hymnodie
Griekse Hymnodie tot 900AD
Latijnse Hymnodie
Lutherse Hymnodie
Calvinistische (Franse) Psalmodie
Nederlandse Gemeentezang
na de Reformatie

Engelse Hymnodie

Muziekgeschiedenis




Calvinistische Hymnodie: Psalmberijming


Psalm
is een Oud Griekse term voor 'slaan' of 'plukken', die gegeven werd aan de verzen van het Hebreeuwse 'Boek der Lofzang' (d.w.z. de bijbelse Psalmen) door de vertalers van de Septuagint.

De nummering van de Hebreeuwse tekst, die in de meeste Protestantse bijbelvertalingen gevolgd wordt, verschilt van de nummering van de (Griekse) Septuagint en van de (Latijnse) Vulgaat. In de Tempel werden de psalmen dagelijks op zangtoon gecantileerd door beroepszangers (Levieten), met instrumenten.

In de Oosters Orthodoxe kerken worden de psalmen zelden in hun geheel gezongen; in Westerse (Rooms-Katholieke) kerken worden ze in hun geheel gezongen of een paar verzen worden antifonaal of responsoriaal gezongen.

Historisch overzicht:

Tot het Edict of Milan (AD 313), werden de psalmverzen afgewisseld met lezingen.

Ten tijde van Gregorius I (ca. 600), hadden de Mis en de Getijden een vaste vorm aangenomen en waren antifonale psalmodie (het afwisselend cantileren van psalmverzen door twee koren) en responsoriale psalmodie (de gemeente beantwoordde psalmverzen gezongen door een cantor) traditie geworden.Het onderscheid tussen deze vormen begon te vervagen.

Het vaste vorm aannemen van de psalmodie tussen Gregorius I en de 11e eeuw is bekend uit de Mis- en getijdenboeken, de beschrijvingen en de tonaria, die de zanagwijzen klassificeren en het eind van de psalmtoon specificeren voor elk antifoon. In het Gregoriaans zijn er 8 psalmtonen, één voor elke kerktoon.


In de 16e eeuwbevorderden Protestantse kerken gemeentezang van psalmen door de psalmen te berijmen in de volkstaal. Door de berijming werd de psalm ingedeeld in coupletten die op een één en dezelfde liedmelodie gezongen konden worden. Een belangrijke vroege berijming van een aantal psalmen was die van Clèment Marot, dit werd de basis van het Calvinistische Geneefse Psalter. Een serie melodieën werd erbij gemaakt o.a. door Loys Bourgeois (1563).
In principe werd eenstemmig onbegeleid gezongen, maar voor huiselijk gebruik kwamen er al snel meerstemmige in accoorden gedachte zettingen (Goudimel). Latere zettingen waren ook contrapuntaal; Le Jeune en anderen lieten de melodie weg en componeerden op basis hiervan vrije motetten.

In Nederland werd de psalmberijming van Petrus Dathenus de standaard berijming; deze werd pas in 1773 vervangen door een nieuwe berijming. J. P Sweelinck schreef bewerkingen van de franse psalmen.


In Engeland werden berijmde psalmen populair na de regering van de Rooms-Katholieke Mary Tudor (1553-8). Het standaard psalter was dat van Sternhold en Hopkins. Andere psalmberijmingen waren bijvoorbeeld die van Aartsbisschop Parker (1567), waarvoor Tallis verscheidene geharmonizeerde melodieën leverde.
[In de Rooms-Katholieke kerk was er alleen in Italie, en in mindere mate in Spanje, een sterke traditie van psalm polyphonie.Zettingen met twee alternerende koren ('salmi spezzati'), van de hand van Jacquet vanf Mantua, Willaert en anderen, waren in principe doorgecomponeerd waardoor er een meer gevarieerde vorm ontstond. Psalmen werden gebruikt als tekst voor het nieuwe motetrepertoire dat ontwikkeld werd door Josquin en zijn tijdgenoten rond 1500. Veel zettingen behandelen deze vrij en kunnen niet gebruikt zijn als liturgische psalmen; als ze al in de kerk gezongen werden, hadden ze een extra-liturgische functie. Verzamelingne zoals Lassus' boetepsalmen werden waarschijnlijk in huiselijke kring gebruikt zoals madrigalen..]
Na 1600 werd het zingen van berijmde psalmen voortgezet in de Protestantse kerken van Noord Europa. Uitgebreidere psalm composities in deze period zien we in de vorm van motetten en dergelijke, maar sommige componisten bleven psalmverzamelingne uitgeven, in het bijzonder Sweelinck, die alle 150 psalms in de Franse berijming bewerkte voor drie tot acht stemmen, waarbij hij de Geneefse melodieën gebruikte alscantus firmi. Schütz bewerkte ook het complete psalter in Duitse berijming en schreef ook ornate bewerkingen.
[Onder de latere psalm verzamelingen zijn die van G.B. Bassani en Benedetto Marcello de aandacht waard. De meeste verdere psalm bewerkingen zijn voor concertgebrui, voor koor en orkest, vaak met solisten; Bruckner's grootschalige zettingen en Kodály's Psalmus Hungaricus zijn representatief. Stravinsky's Symphony of Psalms en Penderecki's Psalmy Dawida zijn werken met meerdere delen die psalm teksten gebruiken.]


(Zie The Grove Concise Dictionary of Music edited by Stanley Sadie Macmillan Press Ltd., London.)


Is er metrum in de Psalmen? De Joden van de eerste eeuw na Christus dachten van wel. Flavius Josephus spreekt van de hexameters van Mozes en de trimeters en tetrameters en veelvoudige metra van de oden en hymnen van David. Philo zegt dat Mozes de "theorie van ritme en harmonie" had geleerd. Vroege Christelijke schrijvers uiten deze mening ook. Origenes (+. 254) zegt dat de Psalms in trimeters en tetrameters zijn geschreven (In Ps. cxviii); en Eusebius (+. 340) spreekt, in zijn"De Praeparatione evangelica", van dezelfde metra van David. Hieronimus (420) (in "Praef. ad Eusebii chronicon" (P.L., XXVII, 36)) vindt iamben, Alcaices, en Sapphices in het psalter; en legt uit, al schrijvend aan Paula, dat de acrostische Pss. cxi en cxii (cx en cxi) samengesteld zijn uit iambische trimeters, terwijl de acrostische Pss. cxix en cxlv (cxviii en cxliv) iambische tetrameters zijn. Moderne exegeten zijn niet eensluidend wat dit betreft. Er was zelfs een periode dat niemand enig metrum in de psalmen wilde zien. Davison schrijft: "hoewel er geen metrum te bespeuren is in de Psalmen, wil dat niet zeggen dat ritme ontbreekt". Dit ritme laat zich echter niet categorizeren. Driver ("Introd. to Lit. of O. T.", New York, 1892, 339) bespeurt in Hebreeuwse poezie "geen metrum in de stricte betekenis van het woord". Exegeten die metrum in de Psalmen ontwaren zijn te verdelen in vier scholen, afhankelijk van het metrisch principe: kwantiteit, aantal lettergrepen, accent, of zowel kwantiteit als accent.

(zie ook The Catholic Encyclopedia)


Algemene informatie over Psalmberijming

Franse Psalmberijming

Engelse Psalmberijming

Schotse Psalmberijming

Amerikaanse Psalmberijming

Van Psalm naar Gezang

Van Psalm naar Gezang (from an exhibit at the Yale Divinity School Library)

Metrical Psalm Tune Index

Voorgangers van Psalmberijmingen (Psalmodie voor 1530)

Eigentijdse Psalmberijming

A short list of historical Metrical Psalms and Psalm tunes you should know

Psalm 23 compared (various versions of Psalm 23 compared)


Engelstalige sites gewijd aan de Hervorming: