NOEME WILLEM
VISSER Wie en Waarom

LITURGIE &CETERA Thema's
  Kerkelijk Jaar
Hoofddienst   Getijden   Devotie   Uitingsvormen  

Liturgie

LITURGIEK
Liturgiek TVG

Liturgiegeschiedenis

Joods

Vroeg Christelijk

Oosters Orthodox

Westers Katholiek

Protestants

HYMNOLOGIE

Geschiedenis van de Hymnodie

Oud Joodse Hymnodie
Vroeg Christelijke Hymnodie
Griekse Hymnodie tot 900AD
Latijnse Hymnodie
Lutherse Hymnodie
Calvinistische (Franse) Psalmodie
Nederlandse Gemeentezang
na de Reformatie

Engelse Hymnodie

Muziekgeschiedenis




Benjamin Keach

 


(b. 1640)

In de geschiedenis van de hymnodie wordt Benjamin Keach herinnerd als een van de eerste voorstanders van gezangen als gemeentezang en niet alleen Berijmde Psalmen in de formele eredienst in Engeland in de 17e eeuw. Alle hymnen ware tijdens de Engelse Reformatie verwijderd uit de diensten van de Anglicaanse Kerk. Berijmde psalmen werden getolereerd of bevorderd. Dit was niet alleen praktijk in de officiele Kerk van Engeland, maar ook in de niet officiele kerken (Dissenting Churches), zoals de Baptisten en Congregationalisten.

Keach werd geboren in het graafschap Buckinghamshire rond 1640 en werkte als jonge man als kleermaker. Hij werd gedoopt op vijftienjarige leeftijd en begon te prediken toen hij 18 was. Hij was de voorganger van de gemeente van Winslow voor hij in 1668 naar de kerk van Horselydown, Southwark ging, waar hij 36 jaar als pastor bleef. Als vertegenwoordiger van zijn kerk ging Keach went naar de General Assembly in 1689 en ondertekende in 1689 de London Baptist Confession of Faith. Er was een afscheiding in Horselydown in 1673 en de Old Kent Road Gemeente werd gesticht.

Keach schreef 43 werken, waarvan zijn Parables and Metaphors of Scripture het bekendst is. Hij schreef een werk genaamd A Child's Instructor dat hem direct moeilijkheden opleverde: Hij kreeg een boete en werd aan de schandpaal geslagen. Zo werd hij veroordeeld:

That you shall go to gaol [ jail ] for a fortnight without bail or mainprise; and the next Saturday to stand upon the pillory at Ailsbury for the space of two hours, from eleven o'clock to one, with a paper on your head with this inscription: For writing, printing and publishing a schismatical book, entitled 'The Child's Instructor; or, a New and Easy Primmer.' And the next Thursday so stand, and in the same manner and for the same time, in the market of Winslow; and there your book shall be openly burnt before your face by the common hangman, in disgrace to you and your doctrine. And you shall forfeit to the King's Majesty the sum of 20, and shall remain in gaol till you find securities for your good behaviour and appearance at the next assizes, there to renounce your doctrine and to make such public submission as may be enjoined you.

 

Keach introduceerde het zinging van zijn eigen gezangen in zijn kerk te Horselydown rond 1673. In 1690, publiceerde Isaac Marlow een boek waarin hij zijn tegenstand tegen het zingen van gezangen uit de doeken deed, genaamd, Discourse Concerning Singing. Keach diende Marlow in 1691 van repliek met zijn The Breach Repaired in God's Worship, or Singing of Psalms, Hymns and Spiritual Songs Proved to be an Holy Ordinance of Jesus Christ. In dit boek beschrijft Keach verschillend stemgebruik:

(1) een luid schreeuwend geluid van de tong
(2) een schreeuwend geluid
(3) een preekstem, of geluid op die manier
(4) een biddend of lovend geluid
(5) een zingende stem.

"Al deze geluiden verschillen van elkaar. Zingen is niet een simpel zingen van het hart, of geestelijk zingen; maar een melodieuze muzicale modulatie, het stemmen van de stem. Zingen is een plicht vervuld met de stem, en kan niet zonder de tong vervuld worden."

Het zingen van Gezangen bleef erg controversieel, maar Keach en anderen hielden vol en buiten de officiele Kerk van Engeland werd het zingen van gezangen in de 18e eeuw gemeengoed, in de Kerk van Engeland pas na 1819. Bij de acceptatie van gezangen buiten de Anglicaanse kerk speelde de in 1707 gepubliceerde verzameling gezangen van de hand van Isaac Watts -- Hymns and Spiritual Songs een grote rol.

Benjamin Keach publiceerde twee bundels met zijn gezangen, Spiritual Melody (1691), enSpiritual Songs (1701).

 

De kerk van Keach (een 'Particular Baptist church' -- (zie de engelstalige link A History of Baptists) was waarschijnlijk de eerste Baptisten kerk die gemeentezang invoerde, eerst alleen bij het Avondmaal rond 1673 en negen jaar daarna. De praktijk werd uitgebreid naar openbare dankdagen gedurende 14 jaar. Na ongeveer twintig jaar kwam gemeentezang in gebruik op elke zondag, maar alleen na de preek en het gebed. De mensen die het er niet mee eens waren verlieten het gebouw en gingen buiten staan tijdens het gezang. Toen deze mensen zich afscheidden besloten Keach en zijn kerk om hun gezang volop te laten klinken. Vanwege de vervolging van de niet officiele kerken was het tot rond 1680 niet zonder gevaar om door gemeentezang hoorbaar te zijn op straat. De onenigheid concentreerde zich op het punt of er een voorschrift was dat de hele gemeente, bekeerd en onbekeerd zich samen moest voegen in gezang in de eredienst. Sommigen geloofden dat degenen die God begenadigd had om te zingen dit mochten doen, een voor een, zoals hun hart hun ingaf en niet naar een melodie die genoteerd was.

Ondanks zijn voorliefde voor het zingen en schrijven van gezangen waren bijna alle gezangen van Keach van mindere kwaliteit en maar 1 of 2 zijn in gebruik gebleven. Hier zijn 2 fragmenten:

Our wounds do stink and are corrupt,
Hard swellings do we see;
We want a little ointment, Lord,
Let us more humble be.

en

Repentance like a bucked is,
To pump the water out;
For leaky is our ship, alas,
Which makes us look about.

Het gezang, “Awake, my soul, awake, my tongue” wordt wel toegeschreven aan Keach, maar is waarschijnlijk niet van zijn hand. Hetzelfde geldt voor een Catechismus bekend als Keach's Catechism, die waarschijnlijk door William Collins samengesteld is.

Zie de engelstalige link: Benjamin Keach's Catechism

Zie de engelstalige link: The Glory of a True Church and it's Discipline Displayed