NOEME WILLEM
VISSER Wie en Waarom

LITURGIE &CETERA Thema's
 Kerkelijk Jaar
Hoofddienst  Getijden Devotie Uitingsvormen 

Liturgie

LITURGIEK
Liturgiek TVG

Liturgiegeschiedenis

Joods

Vroeg Christelijk

Oosters Orthodox

Westers Katholiek

Protestants

HYMNOLOGIE

Geschiedenis van de Hymnodie

Oud Joodse Hymnodie
Vroeg Christelijke Hymnodie
Griekse Hymnodie tot 900AD
Latijnse Hymnodie
Lutherse Hymnodie
Calvinistische (Franse) Psalmodie
Nederlandse Gemeentezang
na de Reformatie

Engelse Hymnodie

Muziekgeschiedenis


Kunstgeschiedenis

Prehistorie, Oudheid en Vroege Middeleeuwen
Middeleeuwen
Renaissance
Barok en Rococo
Negentiende Eeuw
Twintigste Eeuw



 

Christelijke mystieke teksten (20)

Gaat de heldere morgenster op in mijn ziel

Uit: D. Sölle, De Heenreis. Gedachten over religieuze ervaring, Baarn 1976, p. 81.

Waarlijk, Heer, ik zoek en vind in mij een wel heel groot verschil. Voel ik mij verlaten dan lijkt mijn ziel op een zieke, die niets smaakt, die alles tegenstaat; het lichaam is slap, het gemoed zwaar; in mij heerst hardheid des harten, buiten heerst droefheid. Wat ik ook zie, hoor en weet, het verdriet mij, hoe goed het ook zijn moge, want ik weet niet, hoe ik mij moet gedragen; gemakkelijk verval ik in fouten, besluiteloos gedraag ik mij tegenover mijn vijanden, lauw en koud ben ik tegenover alle goede dingen. Wie tot mij komt, vindt het huis leeg; de heer des huizes is niet thuis, hij die goede raad zou kunnen geven en door wie de huisgemeenschap blij gestemd raakt. Gaat echter de heldere morgenster op midden in mijn ziel, dan is alle leed verdwenen, alle duisternis verlicht, de hemel wordt helder en vrolijk en mijn hart lacht; gemoed en ziel verheugen zich in mij; het is mij zo feestelijk te moede en alles wat aan en in mij is wordt u tot een loflied. Wat zwaar, moeizaam, onmogelijk was, wordt licht en aangenaam: vasten, waken, bidden, lijden, vermijden en alle strenge dingen in de levenshouding worden tot niets in uw aanwezigheid. Zelfs de stoutmoedigheid leeft in mij, die mij in de verlatenheid ontbroken heeft. De ziel wordt zo doordrenkt met helderheid, waarheid, vriendelijkheid, dat ze alle moeite vergeet. Ik kan met vroom hart zonder moeite beschouwen, met de tong vol zelfverzekerdheid spreken, met het lichaam alles behendig aanpakken en ieder die mij zoekt, vindt voor al wat hij wenst, verstandige raad. Mij is dan te moede alsof ik over tijd en ruimte heengegroeid ben en in de voorhof van de eeuwige zaligheid sta. Ach Heer, wie verleent mij het voortduren (van deze toestand)? Want gezwind is het op een ogenblik weer voorbij en sta ik daar, onbedekt en verlaten, soms bijna alsof ik dat geluk nooit beleefd had tot het dan na zware zielestrijd weer terugkeert.

- Heinrich Seuse (1295-1366) -