NOEME WILLEM
VISSER Wie en Waarom

LITURGIE &CETERA Thema's
 Kerkelijk Jaar
Hoofddienst  Getijden Devotie Uitingsvormen 

Liturgie

LITURGIEK
Liturgiek TVG

Liturgiegeschiedenis

Joods

Vroeg Christelijk

Oosters Orthodox

Westers Katholiek

Protestants

HYMNOLOGIE

Geschiedenis van de Hymnodie

Oud Joodse Hymnodie
Vroeg Christelijke Hymnodie
Griekse Hymnodie tot 900AD
Latijnse Hymnodie
Lutherse Hymnodie
Calvinistische (Franse) Psalmodie
Nederlandse Gemeentezang
na de Reformatie

Engelse Hymnodie

Muziekgeschiedenis


Kunstgeschiedenis

Prehistorie, Oudheid en Vroege Middeleeuwen
Middeleeuwen
Renaissance
Barok en Rococo
Negentiende Eeuw
Twintigste Eeuw



Plaatsen in het Heilige Land in de tijd van het Nieuwe Testament
1. Tyrus en Sidon Jezus vergelijkt Chorazin en Betsaida met Tyrus en Sidon (Matt. 11:20-22). Hij geneest de dochter van een Kananese vrouw (Matt. 15:21-28).
2. Berg van de gedaanteverandering Jezus ondergaat een gedaanteverandering in de tegenwoordigheid van Petrus, Jakobus en Johannes, die de sleutels van het koninkrijk ontvangen (Matt. 17:1-13). (Volgens sommigen gaat het om de berg Hermon; volgens anderen om de berg Tabor.)
3. Caesarea Filippi Petrus getuigt dat Jezus de Christus is en ontvangt de belofte van de sleutels van het koninkrijk (Matt. 16:13-20). Jezus voorspelt zijn eigen dood en opstanding (Matt. 16:21-28).
4. Streek Galilea Jezus- leven en bediening spelen zich grotendeels af in Galilea (Matt. 4:23-25). Hier spreekt Hij de bergrede uit (Matt. 5-7); geneest Hij een melaatse (Matt. 8:1-4); en kiest, ordent en zendt Hij de twaalf apostelen uit, van wie Judas Iskariot kennelijk geen Galileeër is (Marc. 3:13-19). Hier verschijnt de herrezen Christus aan de apostelen (Matt. 28:16-20).
5. Zee van Galilea, die later de zee van Tiberias wordt genoemd Jezus leert de schare vanuit de boot van Petrus (Luc. 5:1-3) en roept Petrus, Andreas, Jakobus en Johannes als vissers van mensen (Matt. 4:18-22; Luc. 5:1-11). Hij bestraft ook de storm (Luc. 8:22-25), onderwijst in gelijkenissen vanaf een boot (Matt. 13), loopt over de zee (Matt. 14:22-32) en verschijnt aan zijn discipelen na zijn opstanding (Joh. 21).
6. Betsaida Petrus, Andreas en Filippus zijn in Betsaida geboren (Joh. 1:44). Jezus trekt Zich met de apostelen terug in Betsaida. De schare volgt Hem en Hij voedt de 5000 (Luc. 9:10-17; Joh. 6:1-14). Jezus geneest hier een blinde (Marc. 8:22-26).
7. Kafarnaum Hier woont Petrus (Matt. 8:5, 14). In Kafarnaum, dat Matteus Jezus- -eigen stad- noemt, geneest Jezus een verlamde man (Matt. 9:1-7; Marc. 2:1-12), de slaaf van een hoofdman en Petrus- schoonmoeder (Matt. 8:5-15); Hij roept Matteus als een van zijn apostelen (Matt. 9:9), opent blinde ogen, drijft een boze geest uit (Matt. 9:27-33), geneest iemands verschrompelde hand op de sabbat (Matt. 12:9-13), spreekt over het brood des levens (Joh. 6:22-65), stemt erin toe belasting te betalen en draagt Petrus op het geld uit de bek van een vis te halen (Matt. 17:24-27).
8. Magdala Hier woont Maria van Magdala (Marc. 16:9). Jezus komt hierheen na het voeden van de 4000 (Matt. 15:32-39) en hier verzoeken de Farizee├źn en de Sadduceeën Hem hun een teken uit de hemel te tonen (Matt. 16:1-4).
9. Kana Jezus verandert water in wijn (Joh. 2:1-11) en geneest de zoon van een hoveling die in Kafarnaum was (Joh. 4:46-54). Kana is ook de woonplaats van Natanael (Joh. 21:2).
10. Nazaret De aankondigingen aan Maria en Jozef vinden plaats in Nazaret (Matt. 1:18-25; Luc. 1:26-38; 2:4-5). Na de terugkeer uit Egypte brengt Jezus zijn kindertijd en jeugd hier door (Matt. 2:19-23; Luc. 2:51-52), maakt Zich bekend als de Messias en wordt door de zijnen verworpen (Luc. 4:14-32).
11. Jericho Jezus geeft het gezicht terug aan een blinde (Luc. 18:35-43). Ook eet Hij hier bij Zacheus, die -oppertollenaar- is (Luc. 19:1-10).
12. Betabara Johannes de Doper getuigt: -Ik ben de stem van een die roept in de woestijn- (Joh. 1:19-28). Johannes doopt Jezus in de Jordaan en getuigt dat Jezus het Lam Gods is (Joh. 1:28-34).
13. Woestijn van Judea Johannes de Doper predikt in deze woestijn (Matt. 3:1-4), waar Jezus 40 dagen vast en verzocht wordt (Matt. 4:1-11).
14. Emmaus De herrezen Christus loopt op de weg naar Emmaus met twee van zijn discipelen (Luc. 24:13-32).
15. Betfage Twee discipelen brengen Jezus een ezelsveulen waarop Hij begint aan zijn triomfale intocht in Jeruzalem (Matt. 21:1-11).
16. Betanie Hier wonen Maria, Marta en Lazarus (Joh. 11:1). Maria luistert naar de woorden van Jezus en Jezus spreekt tot Marta over het uitkiezen van -het goede deel- (Luc. 10:38-42); Jezus wekt Lazarus op uit de doden (Joh. 11:1-44); en Maria zalft Jezus- voeten (Matt. 26:6-13; Joh. 12:1-8).
17. Betlehem Jezus wordt geboren en in een kribbe gelegd (Luc. 2:1-7); engelen maken de herders de geboorte van Jezus bekend (Luc. 2:8-20); de wijzen worden door een ster naar Jezus geleid (Matt. 2:1-12); Herodes laat de kinderen ombrengen (Matt. 2:16-18).