NOEME WILLEM
VISSER Wie en Waarom

LITURGIE &CETERA Thema's
  Kerkelijk Jaar
Hoofddienst   Getijden   Devotie   Uitingsvormen  

Liturgie

LITURGIEK
Liturgiek TVG

Liturgiegeschiedenis

Joods

Vroeg Christelijk

Oosters Orthodox

Westers Katholiek

Protestants

HYMNOLOGIE

Geschiedenis van de Hymnodie

Oud Joodse Hymnodie
Vroeg Christelijke Hymnodie
Griekse Hymnodie tot 900AD
Latijnse Hymnodie
Lutherse Hymnodie
Calvinistische (Franse) Psalmodie
Nederlandse Gemeentezang
na de Reformatie

Engelse Hymnodie

Muziekgeschiedenis




Gezangboek der Evangelisch-Lutherse Kerk 1955

Index van de gezangen

Christus, kom, der heid'nen Heer 1
Daal tot ons af, Immanuel 2
Verheft uw boog, o poorten wijd 3
Bereidt, o mensenkind'ren 4
Hoe zal ik U ontvangen 5
Op, al gij rijksgenoten 6
De Heer, op wie wij hopen 7
Laat alwat leeft de Here prijzen 8
Verhoogd zij 't dal 9
Nu daagt het in het oosten 10
De nacht is voortgeschreden 11
Komt allen tezamen 12
Geen dag is zo aan vreugde rijk 13
Komt, zingt nu alien blij 14
Een roze, fris ontloken 15
Nu zijt wellekome 16
Komt, verwondert u hier, mensen 17
Uit hoge hemel daal ik neer 18
U, Christus, zij ons lied gewijd 19
Van boven kwam der Eng'len stoet 20
Looft God, Gij Christ'nen 21
O Kerstnacht, schoner dan de dagen 22
De Christenschare, blij van geest 23
Komt en laat ons Christus eren 24
Ik kniel hier bij uw kribbe neer 25
Vrolijk mag mijn harte springen 26
Dit is de dag, die God ons schenkt 27
Jezus, uw geboortefeest 28
Heil'ge nacht, u groeten wij 29
Zo lief had God dit boos geslacht 30
Het oude jaar gaat henen 31
Het oude jaar is heengegaan 32
O God, die droeg ons voorgeslacht 33
Komt, Iaat ons samen nederknielen 34
Uren, dagen, maanden, jaren 35
Halleluja, prijst de Onbegonnen' 36
Heer Jezus, wees geprezen 37
O Jezus Christus, Here 38
Hoe heerlijk blinkt de Morgenster 39
Wordt verlicht, gij heidenlanden 40
t Licht dezer wereld is reddend verschenen 41
Daar is uit 's werelds duist're wolken 42
Des Konings vanen rukken voort 43
Mijn Verlosser hangt aan 't kruis 44
O hoofd vol bloed en wonden 45
Aan des Heren kruis te denken 46
Met de tranen in haar ogen 47
O Christus, door wie 't al bestaat 48
O godd'lijk Lam, onschuldig 49
Noem d' overtreding mil 50
Als, o Jezus, onze zonden 51
Jezus, leven van ons leven 52
U treurigheid, o hart, dat lijdt 53
Het godd'lijk Lam gaat been 54
O wereld, zie uw leven 55
Komt, knielen wij voor Jezus samen 56
Als ik het wond're kruis aanschouw 57
Middelpunt van ons verlangen 58
Ontsluit, o Heer, ontvlam 59
Dat mij de viering van uw lijden 60
Jezus, uw verzoenend sterven 61
Een ding is mijn allerdiepst begeren 62
Wie heeft op aard de prediking 63
Christus verrezen na zijn bitter lijden 64
Halleluja, de blijde toon 65
Christus, voor onze zonden 66
Jezus Christus, onze Heiland 67
Verschenen is de zaal'ge dag 68
Geloofd zij God op hoge troon 69
Zingt nu verheugd 70
Nu triomfeert de Zoon van God 71
Jezus is ons licht en leven 72
Spring op, mijn hart, wees blijde 73
O christenschaar, verban uw druk 74
Volk Gods, herinner u verheugd 75
Halleluja, lof en ere 76
Ja, amen, Jezus is in 't leven 77
O zegt het allen, dat Hij leeft 78
De Christus Gods ten hemel vaart 79
Wij knielen voor uw zetel neer 80
Gij, Jezus, die ten troon verheven 81
Gij, Jezus Christus, opgestegen 82
Kom, Schepper God, o Heil'ge Geest 83
Nu bidden wij de Heilige Geest 84
Kom, Heilige Geest, God en Heer 85
Geest des Heren, kom van boven 86
O Heilige Geest, o Heilige God 87
Bron der hoogste zaligheden 88
Daal in ons, o stroom van leven 89
Komt alien, deze dag 90
De hoge God alleen zij eer 91
God en Vader, sta ons bij 92
Voorwaar, ophanden is de tijd 93
Op, waakt op, zo klinkt de horen 94
Heer Jezus Christus, Vredevorst 95
Jeruzalem, gij schone stad 96
Ja. Jezus Christus, Gij zult heersen 97
Slaat d'ogen naar 't gebergte henen 98
Ene kudde zal 't eens zijn 99
Wachter op de heil'ge muren 100
Waterstromen wil Ik gieten 101
Wachter, hoever is de nacht? 102
Toch overwint eens de genade 103
Kyrie, God Vader in eeuwigheid 104
God in de hoogt' alleen zij eer 105
Wij geloven allen in een God 106
Heilig is God de Vader 107
O Godd'lijk Lam, onschuldig werdt Gij 108
Heer God, wij loven U 109
Geloofd zij de Heer, de God van Israel 110
Mijn ziel maakt groot de Heer 111
Nu laat G' uw knecht in vrede gaan 112
O God, neem van de hemel waar 113
Waarom hebt Gij mij nu verlaten, God 114
'k Weet, dat de Heer mijn herder is 115
d'Almachtig' is mijn Herder 116
Gij, poorten, heft uw hoofd omhoog 117
Ben vaste burcht is onze God 118
God is voor ons een sterkt en slot 119
Mijn ziel, loof nu de Here 120
Looft God de Heer, zingt Gode lof 121
'k Hef vol verlangst 122
Uit diepe nood roep ik, o Heer 123
Heer, Gij hebt mij doorgrond 124
Loof nu, mijn ziele, loof, loof nu 125
Looft de Koning aller volken 126
Heer Jezus, die uit d' eeuwigheid 127
'k Heb in uw naam de doop ontvangen 128
Verheerlijkt Hoofd 129
Wil onze kind'ren, Heer, bewaren 130
U, Vader, U zij dank gebracht 131
God zij gezegend 132
Houdt Jezus in gedachtenis 133
Dit moogt gij. Jezus' jong'ren 134
Christ'nen, komt 135
God heeft onze schuld vergeven 136
Het Woord gaat uit van 's Vaders huis 137
Breek ons, Heer, het brood 138
U zeeg'ne God 139
Heer, houd ons staande bij uw Woord 140
Heb dank, Heer, dat G' uw Woord ons geeft 141
Heugelijke Hiding 142
Heer, uw Woord heeft eeuwig waarde 143
Wees niet versaagd, gij kleine schaar 144
Een Heer verbindt ons 145
Waak op, gij geest der bloedgetuigen 146
Behoed uw Kerk 147
Een stem weerklinkt er schoon en luid 148
Voor alle heil'gen, rustend 149
Komt, laat ons prijzen in ons lied 150
Wij loven U, o God 151
Heer onze God, LI zij de lof 152
Looft God getroost met zingen 153
Dankt, dankt nu allen God 154
Zie in genaad' op ons terneer 155
Zou ik God niet altijd zingen 156
Zie, o Vader, ons bijeen 157
Lof zij de Heer, het hoogste goed 158
Lof zij de Heer 159
O, kon mijn mond uw lof bezingen 160
Siuit de heil'ge poort mij open 161
God is tegenwoordig 162
Grote God, wij loven U 163
Het Lam, voor ons op aard geslacht 164
Halleluja, eeuwig dank en ere 165
Van U zijn alle dingen 166
O God van hemel, zee en aard 167
De Heer is God, een enig Heer 168
Wees gegroet, gij eersteling 169
Gij,'Jezus Christus, zijt alleen 170
Ontferm LI onzer, heilig God 171
God, enkel licht 172
Ontwaak, gij, die slaapt 173
Schep in mij, o God, een harte 174
Verheugt u, Christ'nen, thans te zaam 175
O Vader in het hemels rijk 176
Het heil kwam van de hemel neer 177
Wat God wil, dat geschied' altijd 178
Ik roep uw naam, Heer Jezus, aan 179
Van U wil ik niet wijken 180
Ach, blijf met uw genade 181
Beveel gerust uw wegen 182
Al heb ik alles tegen 183
Jezus, mijn verblijden 184
Wie maar de goede God laat zorgen 185
Laat ons saam met Jezus wand'len 186
U wil ik minnen, bron van krachten 187
Laat ons trouw zijn tot het ende 188
Zij onze ziel ook door 't leed 189
Jezus neemt de zondaars aan 190
Ik heb de vaste grond gevonden 191
Wat God doet, dat is welgedaan 192
Mogen ook de bergen wijken 193
Harten, aan elkaar verbonden 194
Voor mij heeft Christus toebereid 195
Jezus, ga ons voor 196
Op bergen en in dalen 197
Wat zou ooit mijn hart doen beven 198
Alleen, o Vader, in uw kracht 199
Leer ons, Vader, U verbeiden 200
'k Heb Jezus lief 201
Rust, mijn ziel, uw God is koning 202
Zingt des Vaders Zoon 203
Alle roem is uitgesloten 204
Verlosser, vriend, Gij, hoop en lust 205
Als ik Hem maar kenne 206
Jezus Christus, heil der aarde 207
Laat m' in LI blijven, groeien, bloeien 208
God is mijn God 209
O Jezus, die het aards geslacht 210
Neem mijn leven, laat het, Heer 211
Heer, ik geloof 212
Neen, waarlijk nimmer zal 't koninkrijk 213
Heer, ik kom tot U gevloden 214
'k Dorstend hart smacht 215
Midden in het leven zijn 216
'k Moet scheiden van deez' aarde 217
U heb ik hart'lijk lief, a Heer 218
Wees stil, mijn ziele, wees tevreden 219
Alle mensen moeten sterven 220
Jezus is mijn toeverlaat 221
Jezus komt om ons van lijden 222
Komt, laat ons voortgaan, kind ren 223
Nooit kan 't geloof teveel verwachten 224
De nieuwe dag breekt stralend aan 225
Van harte wil ik danken 226
Morgenglans der eeuwigheid 227
Het licht der zonne 228
Blijf bij ons, Jezus, onze Heer 229
O grote Christus, eeuwig Licht 230
Met LI, mijn God, leg ik mij neer 231
De nacht, de moeder van de rust 232
Nu slapen woud en dreven 233
De dag is weer vervlogen 234
'k Wil U, o God, mijn dank betalen 235
Blijf bij mij, Heer 236
Leid, vriend'lijk licht, mij 237
De dag, uit Godes gunst ontvangen 238
In 't late licht der avondzon 239
Het ruime hemelrond 240
Maak, o Heer, mij uwe wegen 241
God is mijn licht, mijn heil 242
Welzalig hij wiens zonden zijn vergeven 243
Zingt vrolijk, heft het hart naar boven 244
't Hijgend hert, der jacht ontkomen 245
Geduchte God, hoor mijn gebeden 246
Juicht. o volken, juicht 247
Gena, o God, gena, hoor mijn gebed 248
Mijn ziel is immers stil voor God 249
De lofzang klimt uit Sions zalen 250
Juich, aarde, juich met blijde galmen 251
De Heer zal opstaan tot de strijd 252
Fens roemt heel d' aard Gods gunstbewijzen 253
Ja, waarlijk, God is mild en goed 254
U alleen. U loven wij 255
Mijn geroep uit angst en vrezen 256
Gedenk niet meer aan 't kwaad 257
Hoe lief'lijk, hoe vol heilgenot 258
Neig, o Heer, uw gunstig' oren 259
k Zal eeuwig zingen van Gods goedertierenheen 260
Hij, die op Gods bescherming wacht 261
Komt, laat ons samen Isrels Heer 262
Zingt, zingt een nieuw gezang de Here 263
Juich, aarde, juieht alom de Heer 264
Loof, loof de Heer, mijn ziel 265
Looft looft verheugd de Heer der heren 266
God heb ik lief, want die getrouwe Heer 267
Laat ieder 's Heren goedheid loven 268
Welzalig zijn d' oprechten van gemoed 269
Ik ben verblijd, wanneer men mij 270
O ziet, hoe goed, hoe lief'lijk 271
Looft Iooft nu aller heren Heer 272
'k Zal met mijn ganse hart uw eer 273
Prijs de Heer met blijde galmen 274
Wilhelmus van Nassauen 275
Komt nu met zang van zoete tonen 276
O Heer, die daar des hemels tente 277
Wilt heden nu treden 278
Gelukkig is het land 279
Hoe groot, o Heer, en hoe vervaarlijk 280
Heere, keere van ons af 281
O grote God, o goede Heer 282
Schoonste Heer Jezus 283
U bid ik aan, o macht der liefde 284
O, hoe heerlijk, hoe begeerlijk 285
Heilig, heilig, heilig 286
De zijnen kent de Here 287
U kan ik niet missen 288
O hoogt' en diepte, looft nu God 289
Vrees niet, o mijn ziele 290
O Gij, mijn troost, mijn zielsverlangen 291
Hosianna, Davids Zoon 292
Neem, Heer, mijn beide handen 293
God is getrouw 294
Wat de toekomst brenge moge 295
God roept ons broeders tot de daad 296